Nog geen twee weken geleden was het tijd voor mijn familie om langs te komen; mijn ouders, zus en broer stonden die zaterdagmiddag op Cape Town Airport hun bagage te zoeken, toen ik hen al kon spotten door de schuifdeuren. Kort daarna maakte mijn vader zijn eerste entree door de deuren, even koekeloeren of zijn dochter al aanwezig was. Na wat zwaaiende armbewegingen over en weer, de bagage op de karretjes geladen, was het tijd zich om door de poorten van Kaapstad te begeven.
Chico doet zijn best, meer dan zijn best. Maar door het herfstachtige weer; regen, wind en grijze wolken die zelfs de drie bergen doen verdwijnen, heeft ons Chico het moeilijk. De achterbanken zijn vochtig, zo vochtig dat het een treurig feit is dat de passagier links achterin een natte kont krijgt. Zo treurig, dat wij de boodschappen niet in de kofferbak willen leggen omdat daar een flinke plas met water ligt. En de bijrijder met de voeten omhoog vervoerd wordt, omdat ook daar een klotsend peil met water ligt. De bestuurder zelf heeft het ook niet makkelijk; naast de Kaapstadse rijstijl en het drukke verkeer, moet deze goed op de gladde bandjes letten die met kleine plasjes water al een neiging tot draaien hebben. En wordt de rechtervoet op het gaspedaal met een niet te vermijden druppel, besprenkelt door een lek. Het is treurig, maar het went.
Zo kon ik mijn nieuw bezoek natuurlijk niet ontvangen. Een nieuwe wagen werd gereserveerd en voor een enkele dag was de VW Sedan ons vervoersmiddel. De Sedan heeft ons een droge tour door Kaapstad gegeven en is er voor mijn familie een goede slaapplaats gevonden, op nog geen 200 meter lopen, aan het einde van mijn straat. Tien dagen zou het verblijf van mijn familie duren, en hebben zij talloze activiteiten ondernomen. Mijn stage is in deze periode gewoon doorgegaan, maar heb ik de avonden heerlijk met hen gegeten en gezellig gepraat over de gebeurtenissen in Nederland en Haarlem. Toppunt van discussie was toch wel de breuk tussen Jan en Yolanthe. Tot ongenoegen van mijn vader en broertje, die er niet over uit konden waarom dit topic zo geregeld terugkwam en compleet werd uitgemolken. Heerlijk, nieuws van Nederlandse bodem!
Samen hebben we de Garden Route gereden. Mijn moeder, zus en broer op de rug van de olifanten vervoerd door de bossen en valleien, waar mijn vader en ik genoten van de zon en de omgeving en de aanwezige trainer die ons wist te informeren met interessante verhalen over deze Giants. Hebben wij een bezoek afgelegd aan een kattenpark bij Plettenberg Bay, waar wij -onder begeleiding- de verblijven van deze katachtige in mochten. Zo betraden wij het territorium van de servalkatten, de lynxen, een kleine boskat en het luidpaard, die ons al aandachtig bekeek en nauwlettend in de gaten hield bij het betreden van zijn grondgebied. Zijn felle, lichte ogen staken af tegen het donkere geval waar hij zich achter bevond. De gids wist ons voortijdig te informeren over de onvoorspelbaarheid van de luipaard, dat wij als groep bij elkaar moesten blijven en hij op dat moment al kon zien dat de jager klaar was om te rennen. De gids zorgde voor afleiding door zichzelf van de groep te verwijderen. De ogen van het luipaard werden groter, richtten zich op de gids. Binnen luttele seconden vloog hij op de man af. Ik bekeek het schouwspel van enkele meters afstand, veilig achter de schouder van mijn broer. Tot mijn verbazing kwam er een klein, gestippeld beestje achter het hok vandaan. Deze puppylijkende luipaard bleek pas drie maanden oud! Paniek en spanning om niets, alhoewel op het moment dat hij mij in de gaten kreeg, het toch wel warm erg warm werd toen hij vanuit een bosje naar me bleef gluren, zijn ogen op mij gericht bleven en zelfs de gids tussen beide kwam om de speelse aanval op te vangen. Daarbij vertelde deze man dat na zeven maanden niemand meer in de verblijfplaats van het luipaard komt, omdat zijn onvoorspelbaarheid op deze leeftijd nog te hanteren is maar naarmate deze jager groeit, het te gevaarlijk wordt. Wat mij zielsgelukkig maakte om het luipaard toch van zo dichtbij gezien te hebben, ondanks dat het nog zo’n kleine rakker is en het soms op mij had gemunt. Natuurlijk ontbraken de cheetahs niet; zowel broer en zus van vier maanden, die heerlijk gingen spinnen als ze geaaid werden, en de volgroeide van 1,5 jaar oud, die wederom een enorme indruk op mij achterlieten. Ook werden we daar geëntertaind door een aantal vreselijk lelijke vogels, die dikke maatjes waren met de gids, en konden we even kijken naar de verblijfplaats van de stokstaartjes.
Ook het plaatsje Haarlem, te vinden op de Route 62, werd nog even bezocht. Als echte Muggen kan een gelijkduidend dorp natuurlijk niet worden gepasseerd. Alhoewel al vrijsnel bleek dat Haarlem, Western-Cape niet te vergelijken is met Haarlem, Noord-Holland. Een dorpje, liggende tussen bergen en valleien, een prachtige omgeving, maar ogenschijnlijk ver verwijderd van de buitenwereld.
Nadat mijn familie zelf nog de nodige activiteiten heeft ondernomen; het bezichtigen van de Tafelberg, Waterfront, het maken van de bustour, het bezoeken van musea, Green Market Square in het centrum, het Shark Cage Diven van mijn broer en zus, Cape Point en de pinguïns van Simon’s Town, was het tijd voor hen om te vetrekken. Na tien dagen stonden de vliegtuigen klaar om hen naar Europa te vervoeren, en na wat vertraging van beide vluchten (papa en broer, mama en zus vlogen apart) arriveerden zij ieder op Nederlandse bodem.
Voor mij zijn nu de laatste stageweken ingegaan, 26 juni is onze laatste stagedag. De sessies met mijn leerlingen zijn afgerond, een aantal van hen heb ik grote sprongen vooruit zien maken. Ik heb hen in de afgelopen weken zien groeien en veranderen, meer zelfvertrouwen zien krijgen en hun gedrag een positieve wending zien maken. Daarbij kregen zij en ik positieve reacties van de omgeving, waarvan ik kon zien dat het hen goed deed. Hopelijk heb ik hen voldoende tools meegegeven om het nu zelf te doen, want ze zijn er nog niet helemaal. Mijn leerlingen, de trots van mijn stagetijd! Nu rest Sanne-Marije en mij om de handleiding te schrijven en ontwikkelen voor onze opvolgers, zodat in de toekomst meer leerlingen hun voordelen uit ons programma kunnen halen. De laatste loodjes zijn nu ingegaan.


Met alle nieuw geshopte kleding was iedere aanwezige voorzien van een uitmuntende outfit voor Kaapstadse feesten. Zo heb ik mijn lief kennis laten maken met het nachtleven van Kaapstad, hebben wij ons met de hele groep wederom naar de 31e verdieping van de Hemisphere laten vervoeren om daar een memorabele avond toe te dansen, en vermaakten wij ons allen uitstekend in het stijlvolle Jade.






Vrijdag hebben we de Garden Route vervolgd naar Plettenberg Bay. Ook daar hebben we van de mooie omgeving genoten en is onze keus gevallen op het paardrijden. Te paard hebben we ons door een adembenemend gebied begeven; groene bergen, heuvels en dallen. Bosachtig, met een prachtig uitzicht over de hele omgeving met het ruizen van de zee op de achtergrond. Zijn we een dorp gepasseerd, waar rapper Lil’Wayne zijn laatste hit uit de speaker liet spelen en het rapnummer door de hele vallei galmde, wat alle nabijgelegen bewoners dwong om naar het nummer te luisteren. We hebben echt van onze rit genoten en mocht we ook nog een aantal stukken in galop over de heuvels.
Zaterdag hebben we de Garden Route afgesneden en zijn we naar Oudtshoorn gereden. Eindbestemming Port Elizabeth was van de baan, we wilden nog te veel bezigheden onderweg doen en Port Elizabeth heeft een te verre afstand van Kaapstad om op tijd weer terug te zijn. Zodoende vervolgden wij onze weg een stukje naar het noorden, naar Oudtshoorn, en bracht ons zo op Route 62, een route parallel liggende aan de Garden Route. Eind van de middag bereikten wij het stadje, tot onze verbazing bomvol en ontzettend druk. Bleek er dat weekend een festival plaats te vinden in het centrum, wat resulteerde in gebrek aan slaapruimte in Oudtshoorn. Bij geluk konden wij bij de eerste Bed&Breakfast terecht, een ouder stel had het hele huis al verhuurd, inclusief de banken en stoelen in de woonkamer. Gelukkig had het echtpaar nog een oude caravan in de tuin staan, die zij eigenlijk al drie jaar niet meer verhuurden maar voor ons dit ene nachtje wilde klaarmaken. En dat was prima, we hebben in Oudtshoorn die avond wat gegeten, een beetje van het festival meegekregen en zijn bijtijds naar bed gegaan. Het ouderwets kamperen beviel ons prima, met toilettas door de tuin richting woonhuis. De bedden waren in goede staat en hebben wij onze nachtrust goed gepakt. De volgende ochtend stond namelijk het cheetahpark op de agenda, een grote wens van mij.



Te beginnen met onze ouders, die ons Sanne Margaretha en Sanne-Marije hebben genoemd. En Sanne-Marije, die op 04 oktober 1987 is geboren en Sanne M. tien dagen later in datzelfde jaar, 14 oktober 1987. Wij dus beide hetzelfde sterrenbeeld delen, de Weegschaal.
De VW Chico’s, populair onder de Capetonians. Door ons liefst gezien in blauw, maar tegenwoordig keuren wij goudkleurige en paarse Chico’s ook goed. Kaapstadse auto’s met Cape Town nummerplaten laten onze hartjes sneller kloppen. De voorliefde voor oldtimers, en dan de roze/lavendel kleurige Kever met wit, leren bekleding rondcruisend door Kaapstad in het bijzonder (maar de overige oldtimers bevallen ook prima). Het nakijken van bijzonder mooie, nieuwe wagens. Onbetaalbaar, maar klaarblijkelijk in Kaapstad een koopje omdat er bijna belachelijk veel dure, nieuwe wagens de bergen op en af scheuren en Kaapstad onveilig maken (denk hierbij aan Ferrari’s, Porsches, Mercedeses, BMW’s en de nieuwste Audi’s).
De verschillen zijn nog meer merkbaar op de scholen, waar wij wekelijks de leerlingen spreken en wij ons onder de Afrikaanse bevolking begeven. Zo kwamen Sanne-Marije en ik er op het moment dat wij onze scholen binnenstapten achter dat de leerlingen niet in school waren, de examenweek was een week daarvoor geweest maar niemand heeft ons ingelicht in het feit dat de leerlingen daarna vrij zijn, of in elk geval vrijwel nooit de week daarna komen opdagen. Dus, anders gezegd, Sanne-Marije en ik stonden voor niets en niemand klaar en paraat bij de scholen. Geen gesprekken deze week, werd ons diezelfde dag duidelijk gemaakt. Wat tevens inhield dat de sessie moest worden aangepast, maar dit terzijde. Kortom, hoe we dit ook kunnen verwoorden, Afrikanen zeggen ‘ja’ maar luisteren over het algemeen bar slecht, of onthouden bar weinig. Alhoewel, nu moet ik toch even opkomen voor degenen die altijd voor mij, en Sanne-Marije, klaar staan en ons helpen en regelen met het vinden van de leerlingen voor de gesprekken.
Bij de gesprekken worden de verschillen duidelijk, wanneer de gemiddelde leerling vrijwel altijd de spullen voor de sessie vergeet mee te brengen en negen van de tien keer ons naar de hand praat; er wordt vrijwel altijd positief geantwoord op de vragen die worden gesteld, opdrachten zijn altijd gemaakt (tot er naar de uitwerkingen wordt gevraagd). Met andere woorden, als dit waar zou zijn zouden deze Afrikaanse lievelingetjes de perfecte leerlingen zijn en niet deelnemen aan onze stageopdracht. Het is iets waar je doorheen leert prikken en uiteindelijk komt de gemiddelde leerling vast in twee verhalen waardoor het daadwerkelijke verhaal of situatie naar voren komt. De grootste uitdaging die Sanne-Marije en ik tot dusver hebben is het gemotiveerd houden van deze leerlingen, we moet door de ‘praatjes’ heen kijken, zorgen dat de leerlingen de opdrachten maken en aan zichzelf werken. Wij, als Nederlanders, zorgen voor de perfectionering, het sturen van de ontwikkeling die de leerlingen doormaken, we zorgen dat deze leerlingen zichzelf ontwikkelen en de (gedrags)veranderingen bij zichzelf zien, maar ook door de omgeving zal worden opgemerkt.

Kloof Nek Road is een lange straat door Kaapstad heen, die je vanaf Camps Bay (achter de Tafelberg), langs Lions Head en de Tafelberg, ons huis en Rafikis, naar de snelweg brengt (of andersom natuurlijk). Parallel ligt Kloof Street, het verlengde van Long Street (centrum), waar ik mijn boodschapjes doe en waar leuke winkeltjes en eettentjes te vinden zijn. Tamboerskloof, de wijk waarin ik woon, is een goede wijk, centraal gelegen en veilig en verzorgd met mooie huizen en fijne mensen. Aansluitend ligt Gardens, een -naar mijn mening- nog mooiere wijk en doet zijn naam eer aan, daar er prachtige parken en bomen te vinden zijn en deze wijk ook echt groen is. Het huis aan de Kloof Nek is sfeervol, een tuin die wekelijks wordt onderhouden brengt ons bij de ingang, waar eerst een metalen hek moet worden geopend alvorens de deur van het slot kan worden gehaald (ideaal om de deur open te laten, het sierhek dicht te doen en een frisse wind de gang door te laten gaan en het huis af te koelen). Een mooie, oude gang met planken vloeren heeft vijf kamers, waar ook mijn kamer zich bevindt. Aan het eind van deze gang vindt men de woonkamer en de keuken, heeft men een trap naar buiten naar de beneden slaapkamers en de tuin, waar heerlijke gebraait kan worden en een kurkenboom bezit (word mij zojuist verteld). De Kloof Nek afrijdend loopt deze door in de Buitengracht, de straat die je naar de snelweg brengt en die ik richting Sanne-Marije rijd om haar op te halen voor stage of andere bezigheden. De straat uitrijdend geniet ik van de vroege ochtend en luister ik naar het gebrabbel op de radio, afwisselend Engels en Afrikaans. Op de snelweg rijd ik langs het centrum van Kaapstad, wat zich goed aftekent door een aantal wolkenkrabbers in een groepje bij elkaar, rechts van mij zie ik Devil’s Peak en de Tafelberg, links van mij de zee (Table Bay) en achter mij worden Lions Head en Signall Hill steeds kleiner wanneer ik mijn weg vervolg.








Zaterdag was besteed aan een tripje naar Cape Point, het zuidelijkste puntje van de Western Cape. De plek waar men zegt dat de Atlantische en de Indische Oceaan zich samenvoegen (dit is geografisch gezien een aantal kilometer verder, maar uit toeristische oogpunt een leuk feit om bij Cape Point te vertellen). Cape Point, waar Kaap de Goede Hoop zich bevindt, heeft een prachtige natuur. De weg naar het puntje toe is onmogelijk te beschrijven en zo mooi, dat dit op foto’s nauwelijks de eigenlijke impressie laat zien. Na een mooie route te hebben afgelegd, en nog even te zijn gestopt voor afgronden, uitzichten en heuse struisvogels, reden we richting de vuurtoren op de berg. Een korte, steile klim bracht ons op het hoogste gedeelte van Cape Point. Het waaide hard, zo waar nog harder dan afgelopen weekend op Camps Bay, scheelde hier dat er zich geen zand zodanig in de buurt bevond dat de huid deze keer niet flink werd toegetakeld maar gespaard bleef. Wel maakte deze windstoten het lastig om rond te kijken door de wapperende haren die wild voor de ogen werden geblazen en nauwelijks in toom gehouden konden worden. De wind maakte de klim enerzijds heerlijk (de zon was beter te verdragen), anderzijds lastig omdat de voetjes goed in de gaten gehouden moesten worden, daar de wind het op deze lichaamsdelen had voorzien en graag zorgde voor keiharde windstoten wanneer een voetje nét werd opgetild en dus heel ergens anders neerkwam dan gepland. Wat zorgde voor flink wat lachbuien bij het bijna struikelen over de eigen benen. Of die van een ander. Een prachtig uitzicht bij de vuurtoren op Cape Point, waarbij je of ongelooflijk ver de zee op keek of tegen een prachtig stuk natuur met bergen en baaien.


In de middag rijden we naar Kirstenbosch, waar iedere zondag in de zomermaanden een openlucht concert wordt gegeven. In Kaapstad lopen bij de stoplichten altijd verkopers; kranten, tijdschriften, fruit enz. Zo ook onderweg naar Kirstenbosch, waar ik stopte bij rood licht. De lieve man kwam met een brede glimlach aanlopen, maar nog voordat hij zijn druiven aan kon prijzen vertelde ik hem dat ik geen interesse had. Zijn glimlach bleef, en hij vertelde met een brede lach ‘that I looked shinier than his grapes!’, en nog voordat hij nogmaals zijn druifjes aanbood, vertrok hij naar een andere wachtende kandidaat. Een lief complimentje die mijn vermoeidheid wist weg te drukken. Aan de lange rij geparkeerde auto’s, die oneindig leek door te gaan, werd duidelijk dat we in de buurt van de ingang kwamen. Met een beetje mazzel reden we zo dicht mogelijk naar de entree en stuurde ik de Chico soepeltjes tussen twee andere auto’s, op een aantal meter van de hekken. Ideaal. Heel kort wat van de Botanische Tuinen gezien, die zich op dezelfde grond bevinden maar helaas voor publiek al gesloten was. Het concert was al een kwartiertje bezig toen wij het park betraden. Het hele grasveld vol mensen, die zichtbaar genoten van de muziek, de zon en het kriebelende gras aan de blote voetjes. Ook wij zochten een plekje in de massa van mensen, uitkijkend tegen de enorme berg die massief afstak tegen het opgebouwde podium. De avond heerlijk gezeten en genoten van de heerlijke muziek en de mooie mensen. De zondagavond hebben we thuis afgesloten met een filmpje, maar door het drukke weekend heb ik weinig van de film meegekregen en ben ik bijtijds mijn wachtende bedje ingedoken, waar wederom het wekkertje ingesteld op het nachtkastje lag.






